We kunnen een onderscheid maken tussen 4 stadia:
1. Afhankelijkheid: in deze
etappe tast de persoon de relaties met de ander
af en is hij niet autonoom. In de onderneming
is dit de etappe waarin de persoon vertrouwd
geraakt met zijn job. De medewerker kan geen
beslissingen nemen omdat hij niet beschikt over
voldoende informatie. Dit is een normale etappe
in het begin. Indien ze echter aanhoudt, wordt
ze negatief voor de persoon en de relatie. Schertsend
kan dit de etappe van de deurmat genoemd worden.
Houding van de manager
In deze fase van beperkte autonomie is de manager-coach
tegelijk structurerend en helpend. Hij organiseert
veel ontmoetingen, geeft progressieve doelstellingen,
lijnt het kader van de functie af. Hij levert
de werkmethode, geeft aanwijzingen over hoe
men de dingen in de dienst aanpakt. Hij bevordert
het behalen van positieve resultaten en relativeert
fouten.
2. De contra-afhankelijkheid
: in deze etappe bevindt de medewerker zich
in een dubbelzinnige positie, tegelijk van bevestiging
en onafhankelijkheid. Hij heeft behoefte om
nee te zeggen en zich te verzetten om te weten
waar hij staat en wat hij wil. We bevinden ons
in het stadium van de egel.
Houding van de manager
Tegenover een gematigde autonomie stelt de manager-coach
zich pedagogisch op. Hij geeft veel uitleg,
wekt vragen en betrokkenheid op. Zijn luisterkwaliteiten
halen de bovenhand. Hij geeft autonomie over
de toe te passen methodes. Hij moedigt de medewerker
aan om zijn eigen capaciteiten te ontplooien.
3. Onafhankelijkheid : de
medewerker is niet langer geconditioneerd door
zij die hem opgeleid hebben, maar door zijn
relatie met de anderen. In de onderneming is
dit de etappe waarin de persoon niets meer vraagt
aan de baas, onafhankelijk functioneert en het
soms moeilijk heeft om verantwoording af te
leggen. Vandaar de term rebel om deze etappe
aan te duiden.
Houding van de manager
De manager-coach moedigt een associatieve houding
aan. Hij is bereid een aantal beslissingen te
delen, maar blijft vastberaden over de doelstellingen.
Hij legt met zijn medewerker samenwerkingsvormen
vast om rekening te houden met zijn ideeën
en suggesties.
4. De onderlinge afhankelijkheid
: de persoon beheerst zijn omgeving en kan zijn
plan trekken, maar is zich ervan bewust dat
hij de anderen nodig heeft. Dit is de etappe
van de harmonie.
Houding van manager
De manager-coach toont een aanvaardende houding.
Hij deelt verantwoordelijkheden, definieert
in overleg de resultaten, de vorm en het tempo
van de follow-up. Hij deelt alle nuttige informatie
met zijn medewerker en brengt een relatie op
voet van gelijkheid tot stand: uitwisseling,
wederzijdse erkenning. Hij kan ook technisch
advies vragen.
| Van beheren en controleren… |
Naar stimuleren en coördineren |
| Het voorbeeld geven |
De ontwikkeling van medewerkers begeleiden |
| De loyauteit tegenover de onderneming verzekeren |
De loyauteit tegenover de klanten verzekeren |
| Beslissen en richtlijnen geven |
Beslissen en medewerkers beslissingen doen
nemen |
| Functies definiëren |
Opdrachten toevertrouwen |
| Organisatievormen voorstellen |
Snelle antwoorden uitwerken op vragen van
klanten |
| Ideeën hebben |
Ideeën uit de groep naar boven halen |
| Zijn medewerkers vragen tijd te nemen om
hun activiteiten te verantwoorden |
Tijd besteden om medewerkers te helpen problemen
op te lossen |
| De prestaties per functie verbeteren |
Prestaties door kruisbestuiving verbeteren |
| Een aantal individuele personen beheren |
Een team beheren en motiveren |