Hier enkele denkpistes die u kunnen doen nadenken over uw gebruikelijke communicatiewijze. Te beginnen met twee basisbegrippen, zoals gedefinieerd door de Transactionele Analyse: het psychologisch profiel en de levenspositie die beide onze contacten met de anderen beïnvloeden.
Welk(e) profiel(en) neemt u aan?
Ouder, kind of volwassene: drie verschillende profielen, gedefinieerd door de Transactionele Analyse, die we kunnen aannemen in de communicatie met anderen. Elk van die profielen stemt overeen met een gedrag, uitdrukkingen, toon, gebaren aangepast aan bepaalde professionele situaties.
- Ouder – Ik controleer
Wanneer ik regels en taken uitvaardig en ze laat toepassen, dan ben ik een normerende ouder. Wanneer ik behoeften opvang en motivaties ontwikkel, dan ben ik veeleer een voedende ouder. Wanneer ik kritiek geef, verpletter en mijn autoriteit misbruik, dan ben ik een vervolgende ouder. Wanneer ik tot slot in de plaats van de anderen handel, dan ben ik een reddende ouder, maar die verstikt.
Interventiedomein : waarden, normen, intern reglement
- Volwassene – Ik denk en ik luister
Ik ondervraag op een neutrale manier. Ik ben in staat afstand te nemen en zonder vooroordelen of illusies te redeneren. Ik denk na alvorens een beslissing te nemen. Ik stelt disfuncties vast en analyseer ze om oplossingen te vinden. Ik houd rekening met de mening van anderen om mijn voorstellen te verfijnen. Ik leg objectieve doelstellingen vast.
Interventiedomein : organisatie, methodes, middelen.
Als aangepast kind aanvaard ik de normen van mijn omgeving. Als vrij kind druk ik mijn gevoelens uit; ik ben onafhankelijk en creatief. Als rebellerend kind, betwist ik de gevestigde orde; ik ben impulsief en agressief. Als tiranniek kind, eis ik van de andere dat ze zich naar mijn wil schikken; ik ben egocentrisch. Als onderdanig kind onderga ik de regels en pieker ik in een hoekje.
Interventiedomein : creativiteit, motivatie, sfeer.
Welke levenspositie neemt u aan?
Communicatie tussen individuen wordt geconditioneerd door “voorstellingen” die de ene van de andere heeft: dit zijn de levensposities.
Deze posities kunnen de communicatie op twee manieren beïnvloeden:
- We interpreteren de werkelijkheid volgens een ervan waarmee we vertrouwd zijn.
- We veroorzaken situaties om dit bevoorrechte geloof te versterken.
Elk van de twee polen van de relatie kan als positief (+) of negatief (-) ervaren worden :
- (+ -) Ik overwaardeer mezelf (+) en onderwaardeer de anderen (-); dit is de situatie van iemand die onvoldoende rekening houdt met de andere, die devaloriseert of geen vertrouwen schenkt. Deze persoon interpreteert de levensposities in termen van macht.
- (- +) Ik overwaardeer mezelf (-) en overwaardeer de anderen (+); dit is de situatie van uitwissing en toegevendheid. Het doel van de persoon is in de eerste plaats aanvaard te worden, geliefd te zijn. De persoon heeft een minderwaardigheidsgevoel, voelt zich onmachtig en vindt zichzelf zwakker dan hij in werkelijkheid is.
- (- -) Ik onderwaardeer mezelf (-)en onderwaardeer de anderen (-); dit is een situatie van berusting, een positie van waarnemer van zichzelf en van de anderen. Deze persoon vraagt liever niets, veeleer dan een weigering te krijgen.
- (+ +) Ik aanvaard mezelf en ik aanvaard de anderen; dit is een constructieve situatie, want in deze situatie heeft de persoon vertrouwen in de eigen capaciteiten en schenkt hij vertrouwen aan de anderen. De persoon is zich bewust van de eigen verantwoordelijkheden.
Kent u de 4 attitudes die communicatie bevorderen ?
- Actief luisteren
Actief luisteren vergt inspanningen. Het volstaat niet zich te concentreren op de feiten, cijfers en ideeën. Men moet wat men hoort “absorberen”, verbanden leggen met zijn eigen ervaring.
- Blijf uw gesprekspartner in de ogen kijken.
- Onderbreek hem niet behalve om een vraag te stellen of te herformuleren/een van zijn beweringen te verifiëren.
- Buig naar voor en luister met heel uw lichaam.
- Schenk aandacht aan de lichaamstaal van uw gesprekspartner, aan zijn gezichtsuitdrukkingen of zijn stemtoon; al deze elementen maken deel uit van de boodschap.
- Maak bevestigende hoofdgebaren wanneer uw gesprekspartner punten weergeeft waarmee u het eens bent.
2. Empathie
Empathie, dat is de kunst om zich in de huid van de ander te verplaatsen en tegelijk aandachtig te luisteren om zijn gezichtspunt en redenering beter te begrijpen;
- Wat probeert hij mij te vertellen?
- Wat betekent deze bewering voor hem?
- Hoe ziet hij het probleem?
- Vragen stellen
- Om het referentiekader, de mening en de ideeën van de ander te kennen
Hoe voelt u over...?
Hoe ziet u de situatie?
Wat denkt u van...?
- Om verduidelijkingen te krijgen
Dit aspect is niet duidelijk. Hoe gaat u te werk wanneer...?
Kunt u mij enkele voorbeelden geven van wat u wil zeggen?
- Om tot een oplossing te komen
Het lijkt mij dat we het hierover eens zijn. Erkennen we dat...?
- Onderscheid maken tussen de feiten en de interpretatie van de feiten om op koers te blijven en een constructieve dialoog te blijven voeren, rekening houdend met de 9 niveaus van mogelijke vervorming van een boodschap.
- wat ik denk,
- wat ik wil zeggen,
- wat ik denk te zeggen,
- wat ik zeg,
- wat u wil horen,
- wat u hoort,
- wat u denkt te begrijpen,
- wat u wil begrijpen,
- wat u begrijpt.
|
|