Om efficiënt
te delegeren moeten in de praktijk een aantal obstakels
overwonnen worden. Die zijn meestal van psychologische
aard en houden verband met persoonlijke attitudes.
Obstakels voor wie delegeert:
Gebrek aan vertrouwen in medewerkers met minder
ervaring, ze zijn te jong, hebben nog niet de
juiste werkmethodes (denkt: “mijn”
werkmethodes), niet bereid om risico’s
te nemen.
Overschatten van de eigen competentie.
Weigeren om ondergeschikten het voordeel
van de twijfel te geven.
Angst voor mislukkingen.
Overdreven controledrang tot in de details.
Oordeel baseren op subjectieve criteria in
plaats van op resultaten.
Onvoldoende affectieve maturiteit.
Zich niet kunnen losmaken van de eigen macht:
de eigenwaarde primeert.
Karakterzwakte: vervreemding van de mening
van anderen.
Laten begaan of overdreven eisen stellen,
zodat goede bedoelingen worden ontmoedigd.
Onvoldoende of te veel ambitie.
Vrees dat ondergeschikten de eer zullen krijgen.
Niet bereid zijn om te delegeren: onbewust
verlangen om alles naar zich toe te trekken,
het belang van delegeren niet inzien.
Niet in staat zijn om duidelijke en aan het
einde van het werk controleerbare doelstellingen
te definiëren.
Onvoldoende communicatievaardig.
Informatie achterhouden uit angst om macht
te verliezen.
Niet in staat zijn om te dialogeren, te luisteren,
te vormen.
Niet in staat zijn om in team te werken.
Aan wie gedelegeerd wordt:
Gebrek aan vertrouwen, waardering of respect
tegenover zijn chef, die beschouwd wordt als
niet loyaal, niet ernstig, niet objectief, niet
moedig.
Gebrek aan zelfvertrouwen: weigering om zich
te ontplooien tegenover hiërarchische hogeren.
Te veel onafhankelijkheidsdrang: geen verantwoording
afleggen.
Verder gaan dan zijn macht reikt.
Incompetentie of onvoldoende vorming.
Onvoldoende communicatievaardig.
Weerstand tegen verandering: vasthouden aan
gewoonten en tradities.
Niet in staat om zich aan te passen.
Onvoldoende motivatie, geen wil om vooruitgang
te boeken.
Gedragscode
Voor wie delegeert
Door te delegeren schuif ik mijn eigen verantwoordelijkheden
niet af; mijn medewerkers helpen mij om mijn
verantwoordelijkheden op te nemen. De resultaten
van hun werk zijn voor mij even belangrijk als
voor hen.
De verantwoordelijkheden van mijn medewerkers
zijn vooraf duidelijk vastgelegd. Opdat ze deze
verantwoordelijkheden zouden kunnen opnemen,
heb ik hen een zekere beslissingsmacht en een
zekere autonomie toevertrouwd.
Mijn vertrouwen in mijn medewerkers is niet
blind. Ik heb hun capaciteit om verantwoordelijkheid
op te nemen geëvalueerd, we hebben besproken
binnen welk kader gedelegeerd en gecontroleerd
wordt.
De dagelijkse problemen van de onderneming
maken dat ik dicht bij mijn medewerkers sta.
Ik neem geen beslissingen in domeinen die ik
aan hen gedelegeerd heb, maar help hen om die
beslissingen zelf te nemen.
Wanneer er zich problemen voordoen waarover
ik zelf moet beslissen, dan vraag ik de mening
van mijn medewerkers zodat zij betrokken worden
bij mijn beslissing.
Ik maak geregeld samen met mijn medewerkers
de balans op van hun resultaten, maar er is
overeengekomen dat ze mij onmiddellijk ‘alarmeren’
wanneer de omstandigheden niet toelaten dat
ze hun overeengekomen doelstellingen behalen.
Ik wissel veel informatie uit met mijn medewerkers.
Daardoor zijn we zelfverzekerder in het nemen
van beslissingen in ons domein.
Er ontstaat een hiërarchische kortsluiting
wanneer ik orders geef aan hun eigen ondergeschikten
en ik onthoud mij daarvan.
Door te delegeren word ik minder in beslag
genomen door dagdagelijkse problemen en heb
ik meer tijd om mij te informeren, om te plannen
en om mij toe te leggen op de prioriteiten van
mijn functie.
Deze attitude neemt een bedrijfsleider aan die
opteerde voor een participatieve directiestijl
met een medewerker die hoge competentie en motivatie
heeft bereikt.
Aan wie gedelegeerd wordt:
Doordat mijn hogere delegeert, krijg ik een
zekere autonomie, maar geen totale onafhankelijkheid.
Ik werk voor een hiërarchische hogere,
het is dus volkomen normaal dat ik geregeld
verantwoording afleg.
Ik werk binnen een groep van medewerkers
voor mijn hogere; ik vorm met hen een team.
Ik houd bij mijn beslissingen rekening met de
weerslag op de groep als geheel.
Mijn autonomie situeert zich binnen een organisatie,
met mijn beslissingen respecteer ik dus het
beleid, de reglementen en de geldende procedures.
Ik tracht zelf de dagelijkse problemen in
mijn werk op te lossen. Ik kan ze altijd bespreken
met mijn hogere, maar zonder hem een beslissing
te laten nemen die mij toekomt.
Ik breng mijn hogere op de hoogte van zodra
blijkt dat ik de van mij verwachte resultaten
niet zal kunnen behalen.
Ik maak aan mijn hogere alle informatie over
die voor hem nuttig kan zijn bij het nemen van
beslissingen.
Het staat mijn hogere steeds vrij om mijn
ondergeschikten te spreken, zolang hij geen
beslissingen in mijn plaats neemt. In dat geval
aarzel ik niet hem hierover aan te spreken.
Bronnen :
« L’Art de diriger », Robert
Papin, Dunod
« Gagner une heure chaque jour »,
Ray Joseph, Dunod
« Le Guide Nouvel Observateur du temps »,
onder leiding van Thierry Souccar, Editions First
« Le management en pratique », John
Mc Bride, Chantecler
« L’entreprise » n°152
De
spirit een maandelijkse editie gewijd aan de capaciteit
van uw medewerkers en aan de bedrijfscultuur.
Abonneer u hier om
deze newsletter maandelijks via e-mail in te ontvangen.
Uitgave
van Buro Market – Verantwoordelijke uitgever:
Isabelle Olivier – De Spirit gepubliceerde
teksten en foto's zijn auteursrechterlijk beschermd.
– Meer informatie? Contacteer
ons!