Welke invloed kan deze cultuur van « altijd
meer » en « altijd beter » hebben,
een cultuur die veel verder gaat dan het professioneel
kader maar die ook doordringt in ons privé-leven?
Hoe ontsnappen we aan deze dictatuur van het ideale
« ik », van wie de grenzen steeds
verder worden verlegd? Kortom, hoe knopen we opnieuw
aan bij onze eigen aspiraties en vooral... op
ons eigen tempo?
De zomermaanden zijn de ideale gelegenheid om
stil te staan bij de waarden die, al dan niet
gewild, ons bestaan beheersen.
De dictaten van persoonlijke ontwikkeling
: van « welzijn » naar « meer-zijn
»
De nieuwe filosofen ontsluierden als eersten de
mythes van de persoonlijke ontwikkeling en hun
gevolgen op onze levensstijl. De adviseurs in
persoonlijke ontwikkeling, een allegaartje van
psychologen, wijzen, moralisten en consulenten
hebben het over zelfoverstijging, het verwerven
van meer macht over zichzelf. Ze pleiten ervoor
om niet zozeer onze problemen op te lossen of
ons welzijn te verbeteren, maar om te streven
naar meer-zijn. Moeten we dan supermensen worden?
Het sleutelwoord is « potentieel».
Dat klinkt als een compliment: u bezit enorme
mogelijkheden, zo bevestigen de prestatieprekers.
Uw geheugen kent geen grenzen, aldus Michel Lacroix,
auteur van een werk rond dit thema. En hij waarschuwt
ons ook voor de gevaren van deze « ideologie
» : « elke medaille heeft een keerzijde.
Uiteindelijk doen we mensen meer kwaad dan goed
door voortdurend te onderstrepen dat er een kloof
gaapt tussen wat ze zijn en wat ze zouden kunnen
zijn ».
De vrees voor middelmatigheid verving
de vrees voor schuld
De ontsporingen van de prestatiecultus vinden
hun oorsprong in het moreel deficit van onze samenleving.
Dat is althans de verklaring van filosofe Francine
Carillo: « Terwijl de 19de eeuw geobsedeerd
was door de tegenstelling tussen goed en kwaad
en het individu vreesde zich schuldig te maken
aan schendingen, is het vandaag de kloof tussen
het ideale ik en het reële ik die voor problemen
zorgt. We leven in een maatschappij waar de vrees
voor schuld plaats heeft gemaakt voor de vrees
voor middelmatigheid. Depressie dringt in onze
cultuur door als een ziekte van verantwoordelijkheid,
het gevoel dat we enkel verantwoording moeten
afleggen over succes of mislukking in het leven.
De morele verplichting is niet gestoeld op toegelaten/verboden,
maar op het feit dat we de lat voortdurend hoger
moeten leggen. De neuroticus voelt zich schuldig
omdat hij een wet overtreedt, een depressief persoon
voelt zich niet opgewassen tegenover de verplichting
om te slagen. Hij geraakt uitgeput en stort in
elkaar! ».
Profiel van een kandidaat voor burn out
Volgens psycholoog Alain Rioux is het individu
dat het grootste risico loopt om op te branden
in zijn zoektocht naar perfectie, een dynamisch
en getalenteerd persoon die een zeker magnetisme
bezit. "Hij moet tal van doelstellingen bereiken,
stort zich met al zijn krachten in wat hij onderneemt
en verwacht dat zijn inspanningen op hun waarde
beloond worden. Natuurlijk (en helaas voor hem)
ervaart hij dat de eisen die de samenleving en
de onderneming waarvoor hij werkt tegenover hem
stellen volledig legitiem zijn. Deze persoon is
ervan overtuigd dat het hem nooit aan energie
zal ontbreken. Het spijtige van de zaak is dat
het individu dat uitgeput geraakt, zijn inspanningen
vaak in de verkeerde richting oriënteert.
Ze staan niet meer in verhouding tot de resultaten
die hij boekt en helaas zal hij zelf de laatste
zijn die dat beseft. Het zoeken naar materiële
bezittingen of objecten die door onze consumptiemaatschappij
gevaloriseerd worden, is een alarmsignaal waarvoor
we op onze hoede zouden moeten zijn».
Hoe ontsnappen aan de vlucht naar voren
?
Het concept burn out als gevolg van een professionele
uitputting vindt zijn oorsprong bij psychiater
Herbert Freudenberger*. Volgens hem is de enige
manier om deze inwendige verbranding te voorkomen,
zich meer concentreren op zichzelf en op zoek
gaan naar zijn diepste aspiraties. Het is een
kwestie van de juiste vragen stellen: «
Stemt het beeld dat ik vooropstel overeen met
de werkelijkheid? » Men moet vermijden zichzelf
te beschouwen als een supermens voor wie mentale
en fysieke rust overbodig is. Men moet waakzaam
zijn tegenover vermoeidheid en de gemiste uren
slaap die we systematisch opschuiven naar de volgende
nacht. Eraan denken dat we nog steeds belangrijker
zijn als mens, ongeacht de verantwoordelijkheden
die ons werk inhoudt. Een positief professioneel
engagement uit zich in een enthousiaste belangstelling
voor onze taak, maar ook in een zekere emotionele
onthechting ». Om zijn boodschap beter te
begrijpen, sluit Freudenberger zijn boek af met
een citaat van Perls: « Wees geen perfectionist
mijn vriend, want perfectionisme is een vloek
die je zal uitputten ».
Bibliografie
« L'épuisement professionnel, la
brûlure interne», Herbert Freudenberger,
Gaétan Morin Éditeur
« Le Développement personnel »,
Michel Lacroix, Essais/Flammarion
www.psycho-ressources.com
|
|